De rol van de Task Force ‘Data & Technology against Corona’

Naar aanleiding van de Covid-19 crisis zijn heel wat mHealth initiatieven ontstaan. Nieuwe apps werden ontwikkeld of bestaande apps werden aangevuld met specifieke functies. Platformen voor zorgverlening op afstand werden uitgebouwd. Deze ontwikkelingen werden van einde maart 2020 tot medio mei 2020 opgevolgd en waar nuttig of nodig gecoördineerd door de Task Force ‘Data & Technology against Corona’. Deze Task Force was samengesteld uit vertegenwoordigers van de Ministers van Volksgezondheid en Digitale Agenda en Privacy, van de FOD Volksgezondheid, van Sciensano, van het eHealth-platform en uit de voorzitter van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit.

De Task Force heeft inmiddels haar werkzaamheden beëindigd. mHealth initiatieven worden voortaan terug behandeld overeenkomstig de procedures en de validatiepiramide beschreven op https://mhealthbelgium.be/. De apps en platformen die werden beoordeeld door de Task Force staan nog ter informatie vermeld op deze website, en de aanbevelingen en richtlijnen blijven uiteraard geldig.

Bij die beoordeling besteedde de Task Force meer bepaald aandacht aan

  • het nut van de apps of platformen in het licht van de bestrijding van de coronacrisis
  • het feit of de apps of platformen afdoende wetenschappelijk onderbouwd zijn
  • het feit of de apps of platformen in overeenstemming zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en state of the art informatieveiligheidsbeginselen
  • het feit dat, op domeinen waar dit belangrijk is, initiatieven worden samengebracht en disparate ontwikkeling, die de effectiviteit of de efficiëntie ondermijnt, wordt vermeden
  • het feit dat de apps of platformen geen onnodige bijkomende belasting veroorzaken bij de reeds zwaar gesolliciteerde zorgverstrekkers en zorginstellingen, en dat zoveel mogelijk wordt gezorgd voor eenmalige inzameling en hergebruik van informatie, conform de AVG
  • het feit dat de apps of platformen, waar nuttig, integreren met of gebruik maken van de reeds bestaande diensten inzake eGezondheid, zoals het elektronisch voorschrijven via Recip-e, het hub-metahubsysteem voor toegang tot relevante documenten, de gezondheidskluizen, of de basisdiensten van het eHealth-platform
  • het feit dat de apps of platformen, waar nuttig, de relevante, in principe anonieme informatie doorspelen aan het beleidsondersteunend platform van Sciensano

De Task Force nam aldus een coördinatie- en regiefunctie op. Beslissingen van de Task Force kunnen niet worden beschouwd als een formele certificatie van de apps of platformen. De aanbieders en gebruikers van de apps blijven zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit, de veiligheid en de naleving van de regelgeving, zoals de AVG of de regelgeving inzake medische hulpmiddelen.

Beslissingen van de Task Force houden ook geenszins in dat voor het aanbieden of gebruiken van de app of het platform enige rechtstreekse of onrechtstreekse vergoeding van de overheid zou kunnen worden bekomen. Elke beslissing daaromtrent is voorbehouden aan de bevoegde organen van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV).

Een gunstige beslissing van de Task Force omtrent een app of platform mag wel worden beschouwd als een ondersteuning ervan door de federale overheid om hem te publiceren in de appstores van bvb. Apple of Android. Een attestering hiervan kon elektronisch worden bekomen nadat de app of het platform werd beschreven aan de hand van een template en met een gunstig gevolg besproken werd door de Task Force.

De Task Force stond ook in voor de contacten met de Europese Commissie en andere Lidstaten van de Europese Unie binnen zijn actiedomein.