Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg

Elektronische datering van de geneesmiddelenvoorschriften in de ziekenhuizen

Voorstelling

De datering van de elektronische geneesmiddelenvoorschriften in de ziekenhuizen dekt de uitwisseling van sets van voorschriften die door de ziekenhuisapotheken behandeld werden en de elektronische datering van deze uitwisselingen.

Elk ziekenhuis kan een interface ontwikkelen om de voorschriften die door zijn afdeling “Apotheek" werden behandeld, aan de controle-instantie (RIZIV) te bezorgen. Voor de elektronische datering moet deze interface in verbinding staan met het eHealth-platform. Om te verzekeren dat een voorschrift op een bepaald tijdstip bestond en sindsdien niet meer is gewijzigd, ondertekent eHealth een hashcode van het originele voorschrift, met aanduiding van het uur en van de datum. Een hashcode is een code die op basis van het oorspronkelijke document wordt berekend en die verandert zodra aan het oorspronkelijke document ook maar iets gewijzigd wordt.

Bovendien kan de controle-instantie aan de hand van deze code de voorschriften en hun datering raadplegen.

Voor wie?

Deze dienst is bestemd voor

  • de ziekenhuisapotheken, zodat deze hun voorschriften kunnen dateren en
  • de controle-instantie, zodat deze de sets van behandelde geneesmiddelenvoorschriften kan raadplegen.

Hoe invullen/gebruiken?

Om van deze functionaliteit gebruik te kunnen maken, moeten de ziekenhuizen een eigen interface ontwikkelen die de voorschriften die door hun apotheek behandeld werden, overmaakt en die gebruik maakt van de basisdienst voor elektronische datering van eHealth.

Bovendien kan de controle-instantie de geneesmiddelenvoorschriften raadplegen.

In het koninklijk besluit van 7 juni 2009 worden de criteria bepaald voor het gebruik van een elektronisch voorschrift binnen een ziekenhuis. In dit koninklijk besluit is meer bepaald de opstelling van een informaticaprotocol voorzien tussen enerzijds de directie van het ziekenhuis, de hoofdgeneesheer, de apotheker-titularis of hoofdapotheker en de verantwoordelijke van het informaticasysteem en anderzijds elke voorschrijvende geneesheer en beoefenaar van de tandheelkunde.

Dit informaticaprotocol omvat:

1° de procedure aan de hand waarvan de betrokken geneesheer of beoefenaar van de tandheelkunde bij het opstellen van het elektronisch voorschrift zijn of haar identiteit kan authentiseren;

2° de procedure waardoor:

  • het elektronisch voorschrift met precisie kan worden geassocieerd aan een referentiedatum en een referentietijdstip;
  • het elektronisch voorschrift niet meer onmerkbaar kan worden gewijzigd na de vermelding van de identiteit van de betrokken geneesheer of van de betrokken beoefenaar van de tandheelkunde en na de associatie aan een referentiedatum en een referentietijdstip.

Deze laatste procedure is in overeenstemming met de richtlijnen die binnen het RIZIV zijn gedefinieerd.

Voor diegenen die meer willen weten

^ Back to Top